Reisverslag 2016

We willen u graag een kleine impressie geven van de reis naar Roemenië, die we afgelopen
januari met zes personen hebben gemaakt.

Op maandagochtend vertrokken we om 5.00 uur vanuit Utrecht. Rond middernacht bereikten we de Roemeense grens. De grenscontrole verliep goed en rond 8.30 uur (dinsdagochtend dus) kwamen we aan in Zarnesti, het Roemeense plaatsje waar we de komende twee weken zouden verblijven. Omdat we de hele nacht hadden doorgereden, waren we best vermoeid. Deze
dinsdag hebben we dus rustig aan gedaan. We hebben bij een groothandel boodschappen gedaan voor 180 voedselpakketten, die we deze dinsdag al voor een groot gedeelte klaar zouden maken.

Op woensdag begonnen we waarvoor we gekomen waren: mensen helpen. We hebben deze dag verschillende gezinnen bezocht en daar voedselpakketten uitgedeeld. We begonnen niet gelijk bij de allerarmsten, zodat we een beetje konden wennen aan de armoede.
Nou ja, wennen?

Later op de dag hebben we boodschappen gedaan voor een Roemeense specialiteit die we donderdag klaar zouden maken: sarmale, een rolletje gekruid gehakt omwikkeld met
koolbladeren. Het bereiden ervan is erg arbeidsintensief; het is een echte delicatesse, die ook voor onze Hollandse mond best lekker is. Na het bereiden hiervan, op donderdag, zijn we op vrijdag deze sarmale uit gaan delen in twee psychiatrische ziekenhuizen, waar we niet alleen sarmale gaven, maar ook stukken fruit. “Psychiatrisch ziekenhuis” klinkt mooi, maar in dit land betekent het niet meer als een dak boven je hoofd en een klein beetje verzorging. Liefde vanuit
de verpleging zie je nauwelijks. Veel mensen reageerden blij en verbaasd dat ze dit ineens kregen. Toen we erna ook nog met keyboard en gitaar gingen zingen voor ze, waren ze echt ontroerd en zongen ze in het Roemeens mee: “Omdat Hij leeft, ben ik niet bang voor morgen.”
Erg waardevol om te zien wat deze psychisch beperkte mensen kunnen beleven.

Op zaterdag zijn we naar een zigeunerkamp in Zarnesti gegaan. Twee jaar geleden is met
financiële steun van onze stichting, Manna voor Roemenië, op dit kamp een kerkje gebouwd. Het is mooi om te zien dat een kerk in dit land niet alleen een religieuze, maar ook een
maatschappelijke functie heeft. Over het algemeen zie je dat mensen die tot geloof komen meer van het leven proberen te maken, ondanks hun armoedige situatie. Op diverse plekken in
het kamp zagen we bijvoorbeeld dat er nieuwe, grotere huisjes worden gebouwd. De meeste oude huisjes hebben bijvoorbeeld geen toilet binnen, maar een poepdoos buiten waar alles in de sloot blijft drijven. Ook op het kamp hebben we voedselpakketten en (in Nederland ingezamelde) kleding uitgedeeld om de mensen te helpen. In de pakketten hebben we ook Roemeense dagboekjes gestopt, waarmee we hopen dat ook de niet-christelijke mensen iets van onze God mogen zien.

Op zondag mochten we van de pastor horen en met eigen ogen zien dat er steeds meer mensen naar het kerkje komen. Een dienst duurt tweeënhalf uthumb_IMG_7941_1024ur, waarin er wordt gelezen, gebeden en gezongen. Of je zit of staat dat maakt niet u
it. Bidden doen ze hier op een andere manier dan bij ons: iedereen spreekt
hardop zijn eigen gebed en met 60 mensen is het een rumoerig geheel als iedereen door elkaar heen praat. Bijzonder om te zien dat je zover van elkaar af kunt wonen, zoveel verschillende gewoonten hebt, andere talen spreekt en elkaar niet kunt verstaan, en toch in één en dezelfde God gelooft.

Samen in de naam van Jezus

Heffen wij een loflied aan

Want de Geest spreekt alle talen

En doet ons elkaar verstaan

Op maandagochtend begon de dag met autopech. En dan vriest het ook nog eens stevig (’s nachts -25 graden). Vier mannen en een automonteur later waren we weer op weg, op naar een zigeunerkamp dat nog armoediger was dan het vorige, Crizbav. Vanwege de veiligheid en goede orde deden we ons werk onder politiebegeleiding. (Lida en Petra mochten in de politieauto
rijden, terwijl de agent ernaast liep haha.) Deze man wist precies welke gezinnen de pakketten verdiend hadden. Mensen met wie hij een negatieve ervaring had, kregen geen pakket. In
Nederland worden door verschillende mensen kleding gebreid en deze kleding werd hier met open armen ontvangen. Mensen bedankten ons voor de spullen, maar wij verwezen door naar
“Domnul Isus”: dank aan de Heere Jezus. Ook bezochten we op dit kamp een schooltje waar we lesmaterialen achterlieten.

Op dinsdag brachten we een bezoek aan een gehandicaptenstichting, stichting Rafaël, die door een Nederlandse vrouw wordt gerund. Zij verzorgd, samen met diverse Roemeense
werknemers, een goede dagbesteding voor kinderen en volwassen. Dit varieert van het maken van kaarsen en beschilderen ervan tot het geven van therapie. Ook de kaart die hierbij zit, is door deze gehandicapten gemaakt. Leuk om te zien hoeveel meerwaarde deze stichting heeft.

Op woensdag en donderdag brachten we nog diverse bezoeken en namen we afscheid van de pastors die we hadden bezocht.

Een bezoek wat ons in het bijzonder bij bleef, was het bezoek naar een ouder echtpaar (±75 jaar). Toen we bij hen aankwamen stond er een motor voor het huis, waardoor wij onze vooroordelen over de echtheid van hun armoede stiekem al klaar hadden. Eenmaal binnen k
wam het echte verhaal eruit. Deze ouderen werden door hun kinderen thumb_IMG_7896_1024“verzorgd”: weggestopt in een klein kamertje om zo maar geen last van hen te hebben. Deze man en vrouw geloofden nog, maar hun kinderen hadden de kerk verlaten. Ze braken in tranen uit toen wij kwamen en zij getuigden vol overgave van het werk van God; dat er nog mensen naar hèn omkeken… Zo’n bezoek maakt je stil. Gods werk gaat door!
We hebben een bijzondere reis gehad!

Hartelijke groet, Kees den Hertog, Berry den Hertog, Jan-Willem den Hertog,
Petra van den Berge, Bernhard Slijkhuis en Lida den Hertog